Menu Samen werken aan de stad +31 10 2829930

Buiten de wijk

Kenmerken: Wederopbouwwijk / Studies
Locatie: Zuidvleugel Randstad
Opdrachtgever: Provincie Zuid Holland
Datum: 2003 (studie)

Hypothese
De door ons voorgestelde ontwerpstrategie is gebaseerd op twee waarnemingen. De eerste waarneming is dat het belang van stedelijke vernieuwing voor de ontwikkeling van de zuidvleugel steeds meer zal toenemen. Dit geldt met name voor de regio Rotterdam-Den Haag, dat we als studiegebied van deze inzending hebben genomen. In deze historisch gegroeide configuratie van stedelijke en landschappelijke elementen zijn geen grote uitleglocaties beschikbaar. Ontwikkeling zal dus plaats moeten vinden in de mazen van de configuratie en door transformatie van bestaande gebieden. Drie soorten gebieden zijn daarbij van strategisch belang: de glastuinbouw in het Westland, de Rotterdamse haven en de naoorlogse stad. De positie van deze gebieden kan worden benut voor de versterking van de ruimtelijke samenhang van de regio en de verbetering van de relatie met het recreatieve achterland, de kust en de zuidhollandse en zeeuwse eilanden. De tweede waarneming is dat de transformatie van de naoorlogse stad momenteel te veel in algemene beleidskaders gevangen lijkt te zijn, waardoor lokale omstandigheden en mogelijkheden te weinig worden benut. Zonder af te willen doen aan de samenhang van sociale en ruimtelijke planvorming die in het grotestedenbeleid wordt voorgestaan, is het de vraag of de daaruit resulterende ‘wijkaanpak’ wel het meest geschikte kader is voor de ruimtelijke vernieuwing van de naoorlogse stad. Het schaalniveau van de wijk is immers te klein voor een goede positionering van de vernieuwingslocaties in stedelijk verband en te groot voor een effectieve uitvoering van afzonderlijke vernieuwingsprojecten. Daarnaast wordt de omvangrijke transformatie-opgave veelal in algemene termen benaderd, waarbij locatie-loze woonmilieus als referentie dienen voor de beoogde ruimtelijk-programmatische aanpak. Lokale omstandigheden en mogelijkheden blijven dan onbenut voor een locatie-specifieke differentiatie van de naoorlogse stad.

Regionaal perspectief
Bij de ontwikkeling van een regionaal perspectief hebben we gebruik gemaakt van de vele studies en ideeën voor de zuidvleugel die inmiddels beschikbaar zijn. Verbindingen, open ruimtes en differentiatie van stedelijk gebied zijn daarbij de hoofdthema’s. Bepalend voor het perspectief is de positionering van de zuidvleugel. Na de concentratie op de binnenring en het groene hart opent de oriëntatie op de eilanden en het water van de delta een nieuwe horizon. Op het hoogste schaalniveau ligt daar de grote open ruimte met mogelijkheden voor recreatie en ontspanning. Deze oriëntatie veronderstelt de verbetering van de noord-zuid verbindingen over de Nieuwe Waterweg (auto, fiets, pleziervaart). Deze verbindingen zijn ook van belang voor de herpositionering van de naoorlogse woongebieden in het zuiden van de Haagse en in het westen van de Rotterdamse regio. Deze gebieden liggen nu perifeer door de dertig kilometer lange binnengrens van de haven. Verbetering van noord-zuid verbindingen geeft deze naoorlogse woongebieden een andere oriëntatie, zowel op de open ruimte van de delta, als op de stedelijke centra van Den Haag en Rotterdam. Op het lagere schaalniveau van de regio is de verbetering van de continuïteit en uitbouw van het stelsel van open ruimtes van cruciaal belang voor de kwaliteit van de stedelijke configuratie. Parken in de directe woonomgeving, landschappelijke elementen en open landschap in en nabij het stedelijk gebied bieden dagelijkse ontspanning voor voetganger en fietser. Voor de toegankelijkheid van deze open ruimtes is het belangrijk dat de verbinding met de stedelijke bebouwing ook ruimtelijk herkenbaar is, zoals bijvoorbeeld bij de oude waterwegen die al eeuwen stad en polderland met elkaar verbinden. Ook de naoorlogse woongebieden bieden aanknopingspunten voor dergelijke verbindingendoor de royale maatvoering en ruimtelijke werking van hun structuur-elementen en hun positie tussen centrum en buitengebied. Het stedelijk gebied van de regio Rotterdam-Den Haag is niet homogeen. Hoewel de historisch gegroeide configuratie van stedelijke en landschappelijke elementen morfologisch gezien langzaam samenklontert tot één stedelijk gebied, vormen de vele oude stads- en dorpskernen, hun verschillende uitbreidingen en landschappelijke setting dragers van evenzo vele mentaliteiten. Deze mentale differentiatie vormt in onze ogen een belangrijk aanknopingspunt voor de verdere differentiatie van de zuidvleugel in stedelijke en landelijke woonmilieus. Afhankelijk van de positie ten opzichte van (historische) centra, oude dorpskernen en de open ruimtes binnen en buiten de stad kan bij de transformatie van de naoorlogse stad op zo’n differentiatie worden ingespeeld.

Projecten met strategische betekenis
Kenmerkend voor de opzet van de naoorlogse stad is de samenstelling van kleinere bebouwingseenheden binnen een raamwerk van structuur-elementen, waarmee ze met elkaar en hun omgeving zijn verbonden. Dit raamwerk sluit vaak prachtig aan op de structuur van de vooroorlogse stad en het omringende landschap. Bovendien is door de ordening van de brede hoofdwegen, het stelsel van waterlopen, waterpartijen, parkstroken en parken, de belangrijkste voorzieningen en de hoge gebouwen meestal een robuust stadsbeeld gecomponeerd. Het raamwerk van structuur-elementen is dan ook een belangrijk aangrijpingspunt voor een locatie-specifieke benadering van de transformatie van de naoorlogse stad. Enerzijds is dit niveau van belang voor een goede positionering van vernieuwingslocaties in stedelijk verband. Anderzijds kan het vernieuwingsproject zijn betekenis ontlenen aan de verbinding met grotere openbare ruimtes en voorzieningen van het raamwerk. Daarmee wordt een direct verband gelegd tussen een regionaal perspectief en concrete vernieuwingsprojecten. Zo’n ontwerpstrategie maakt het bovendien mogelijk de louter beleidsmatige benadering van het structuur-niveau te verbinden met op realisatie gerichte projecten. Immers, ook voor het raamwerk van structuur-elementen liggen er vaak de nodige opgaven. Daarbij kan het mes aan twee kanten snijden. Niet alleen wordt er daadwerkelijk aan de verbetering van het raamwerk gewerkt, ook bieden de specifieke ruimtelijke kwaliteiten ervan aanleiding voor een vanzelfsprekende differentiatie van de bebouwing.